Terug naar Encyclopedie
Familierecht

Internationale Kinderontvoering en het Haags Verdrag in Tilburg

Alles over internationale kinderontvoering: Haags Verdrag, teruggeleidingsprocedure, weigeringsgronden en strafrechtelijke gevolgen.

4 min leestijd

Woont u in Tilburg en heeft u te maken met deze familierechtkwestie? Onze familierechtadvocaten in Tilburg helpen u graag verder met deskundig advies en begeleiding.

Internationale Kinderontvoering: Het Haags Kinderontvoeringsverdrag

Internationale kinderontvoering is een van de meest ingrijpende situaties in het familierecht. Het betreft gevallen waarin een ouder een kind meeneemt naar het buitenland of een kind na een verblijf in het buitenland niet terugbrengt, zonder toestemming van de andere ouder die (mede) het gezag heeft. Het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV) van 25 oktober 1980 biedt een internationaal juridisch kader voor de snelle terugkeer van ontvoerde kinderen.

Wanneer is er sprake van internationale kinderontvoering?

Op grond van artikel 3 HKOV is er sprake van internationale kinderontvoering wanneer:

  1. Een kind wordt overgebracht naar of vastgehouden in een ander land dan het land van de gewone verblijfplaats
  2. Dit in strijd is met het gezagsrecht dat toekomt aan een persoon, instelling of lichaam
  3. Dit gezagsrecht daadwerkelijk werd uitgeoefend op het tijdstip van de overbrenging of het niet-terugbrengen

Het HKOV is van toepassing op kinderen tot 16 jaar en geldt alleen tussen verdragsstaten. Per 2026 zijn meer dan 100 landen partij bij het verdrag.

De Centrale Autoriteit

Elke verdragsstaat wijst een Centrale Autoriteit aan die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het verdrag. In Nederland is dit het Ministerie van Justitie en Veiligheid, afdeling Internationale Kinderaangelegenheden (IKA). De Centrale Autoriteit:

  • Ontvangt verzoeken tot teruggeleiding van ontvoerde kinderen
  • Probeert een minnelijke oplossing te bereiken
  • Schakelt een advocaat in om een gerechtelijke procedure te starten
  • Werkt samen met Centrale Autoriteiten in andere landen
  • Helpt bij het lokaliseren van het kind

De teruggeleidingsprocedure

In Nederland wordt het verzoek tot teruggeleiding behandeld door de Rechtbank Den Haag, die exclusief bevoegd is op grond van artikel 11 Uitvoeringswet HKOV. De procedure kenmerkt zich door:

  • Spoedbehandeling: De rechter moet zo spoedig mogelijk beslissen, in beginsel binnen zes weken
  • Horen van het kind: Kinderen van 12 jaar en ouder worden in de regel gehoord. Jongere kinderen kunnen ook worden gehoord
  • Bijzondere curator: In sommige gevallen wordt een bijzondere curator benoemd om de belangen van het kind te vertegenwoordigen
  • Uitgangspunt: Teruggeleiding is de hoofdregel. De rechter gelast de terugkeer tenzij een van de weigeringsgronden van toepassing is

Weigeringsgronden (artikel 13 HKOV)

De rechter kan de teruggeleiding weigeren indien:

1. Berusting (art. 13 lid 1 sub a HKOV)

De achterblijvende ouder heeft berust in de overbrenging of het niet-terugbrengen. Berusting kan blijken uit expliciete instemming of uit gedragingen waaruit instemming kan worden afgeleid.

2. Ernstig risico (art. 13 lid 1 sub b HKOV)

Er bestaat een ernstig risico dat het kind door terugkeer wordt blootgesteld aan lichamelijk of geestelijk gevaar, of op andere wijze in een ondraaglijke toestand wordt gebracht. De Hoge Raad hanteert hiervoor een strenge maatstaf. Voorbeelden:

  • Ernstig huiselijk geweld tegen het kind
  • Seksueel misbruik van het kind
  • Oorlogssituatie in het land van herkomst
  • Ernstige psychische problematiek van de verzorgende ouder die terugkeer onmogelijk maakt

3. Verzet van het kind (art. 13 lid 2 HKOV)

Het kind heeft een leeftijd en rijpheid bereikt die het passend maken om met zijn mening rekening te houden, en het kind verzet zich tegen terugkeer. In de Nederlandse praktijk worden kinderen vanaf circa 11-12 jaar gehoord.

4. Tijdsverloop (art. 12 lid 2 HKOV)

Meer dan een jaar is verstreken tussen de ontvoering en het verzoek, en het kind is inmiddels geworteld in de nieuwe omgeving.

Strafrechtelijke gevolgen

Internationale kinderontvoering is strafbaar op grond van artikel 279 Wetboek van Strafrecht:

  • Maximaal 6 jaar gevangenisstraf voor onttrekking aan het gezag
  • Maximaal 9 jaar bij gebruik van list, geweld of bedreiging

Daarnaast kan via Interpol een internationale signalering worden afgegeven en een Europees Aanhoudingsbevel worden uitgevaardigd.

EU-verordening Brussel II-ter

Binnen de EU geldt naast het HKOV ook Verordening (EU) 2019/1111 (Brussel II-ter), van toepassing sinds 1 augustus 2022. Deze verordening versterkt het teruggeleidingsmechanisme door strikte termijnen en verbeterde samenwerking.

Preventieve maatregelen

Om kinderontvoering te voorkomen:

  • Uitreisverbod: Via de rechter (art. 253a BW)
  • Paspoortsignalering: Via de Koninklijke Marechaussee
  • Inname paspoort: Het paspoort in bewaring geven
  • Toestemmingsverklaring: Bij reizen altijd een verklaring van de andere ouder meenemen

Juridische bijstand

Bij internationale kinderontvoering is gesubsidieerde rechtsbijstand beschikbaar. Een gespecialiseerde advocaat kan u bijstaan bij de teruggeleidingsprocedure. De Centrale Autoriteit is bereikbaar op telefoonnummer 070-370 7150.