Bevoegdheid versus verplichting in Tilburg
In het bestuursrecht van Tilburg geldt het uitgangspunt van 'bevoegd maar niet verplicht' tot handhaven, zoals bevestigd in artikel 5:1 Awb. De gemeente Tilburg, als bevoegd bestuursorgaan, beschikt over discretionaire bevoegdheid, maar moet beslissingen motiveren op basis van evenredigheid, zorgvuldigheid en lokale omstandigheden, zoals de drukte in de Spoedie-wijk of rond de Heuvelstraat. Uitzonderingen treden op bij dwingendrechtelijke normen, bijvoorbeeld bij acuut gevaar voor de openbare gezondheid door illegale Airbnb's in de binnenstad.
De Raad van State hanteert de 'integrale motiveringsplicht': het Tilburgse college van B&W moet uitleggen waarom niet milder wordt ingegrepen, zoals bij waarschuwingen voor zwerfvuil in de Piushaven, of waarom handhaving achterwege blijft bij kleine overtredingen op de Universiteitscampus. Dit voorkomt passiviteit bij structurele problemen, zoals herhaalde geluidsoverlast uit cafés op de Paleisring.
Grensgevallen in Tilburgse praktijk
Bij kleine overtredingen, zoals tijdelijke bouwoverlast in de Westermarkt, kan stilzitten gerechtvaardigd zijn, mits intern gedocumenteerd in de handhavingsnota van de gemeente. Bij herhaalde non-compliance, zoals illegale terrassen in het centrum, is handhaving verplicht. Recente jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2022:1234, met Tilburgse verwijzing) stelt dat lokale beleidsregels, zoals de APV Tilburg, geen vrijbrief zijn voor niet-handhaven.
Een overtreder kan afdwinging eisen via de bestuursrechter bij de Rechtbank Oost-Brabant in Den Bosch, indien het Tilburgse bestuur onrechtmatig handhaaft of nalatig is. Dit evenwicht waarborgt zowel effectieve handhaving in de gemeente als rechtsbescherming voor inwoners en ondernemers.